Uit: Lynas, Mark, 2004: Het Nieuwe Weer: De gevolgen van klimaatverandering'.
'Op een dag, 251 miljoen jaar geleden, deed een gigantische vulkanische uitbarsting het gebied dat nu Siberië heet, schudden op zijn grondvesten. Miljarden tonnen hete as en lava stroomden de atmosfeer in en zorgden voor enorme hoeveelheden zure regen. Toen de wolken eindelijk optrokken, scheen de zon feller dan ooit tevoren, en overal op aarde stierven planten en dieren door de verzengende hitte. Het massale sterven aan het einde van het Permtijdperk was begonnen.
Het was de ergste ramp die het leven op Aarde ooit heeft getroffen, en uiteindelijk was 95 procent van alle planten- en dierensoorten op Aarde dood. Een geoloog schreef dat het de tijd was 'waarin al het leven op Aarde vrijwel uitstierf'. Geologen die rotslagen onderzochten uit het Perm en het Trias stonden versteld toen ze zagen dat een overvloed aan fossielen plots plaatsmaakte voor monotone zwarte kleisteen, waaruit heel duidelijk een fnuikend gebrek aan zuurstof blijkt: miljarden levenloze lichamen waren weggerot op de bodem van de zee, nadat ze omlaag waren gespoeld vanaf het geteisterde vasteland.
Die ramp werd, anders dan de catastrofe die later de dinosaurussen wegvaagde, niet veroorzaakt door een asteroïde. Hij werd veroorzaakt door de opwarming van de Aarde. De Siberische vulkanen hadden grote hoeveelheden kooldioxide (CO2) vrijgemaakt vanuit de diepste lagen van de aardkorst en zo het klimaat zover opgewarmd dat enorme hoeveelheden methaangas uit de oceaan omhoog waren geborreld. En die gaven de aanzet tot een ongecontroleerd broeikaseffect.
Het leven in die 'post-apocalyptische broeikas' was zo hard dat slechts één groot landdier wist te overleven: de flexibele varkensachtige lystrosaurus, waarvan de dinosaurussen afstammen. Het duurde daarna vijftig miljoen jaar voor de biodiversiteit weer op het niveau was van voor die ramp.
Geologen die onderzoek doen naar de zuurstofisotopen in gesteente uit het einde van het Permtijdperk, hebben onlangs becijferd met hoeveel graden de temperatuur op aarde was gestegen voorafgaand aan die catastrofale massavernietiging. Ze kwamen uit op zes graden Celsius (1).
Nu maken we een sprong van 251 miljoen jaar geleden naar onze tijd (2003, Ed). De Aarde wordt snel warmer, de bewijzen daarvoor liggen voor het oprapen: van smeltende gletsjers tot een rijzende zeespiegel. In 2001 heeft het IPCC zijn grensverleggende Third Assessment Report gepubliceerd, waarin ramingen voorkomen voor de opwarming in de komende honderd jaar.
De bovengrens was hoger dan in voorgaande ramingen.
De wetenschappers hadden hem verhoogd - naar zes graden.'
(1) Benton, M., 2003: When Life Nearly Died: The greatest extinction of all time, Thames & Hudson, London, 2003.
En nu dat nieuwe rapport van het IPCC lezen...
vrijdag 2 februari 2007
Epiloog: zes graden.
Gepost door
Ed
op
12:40
Labels: klimaatverandering, Mark Lynas, natuurramp, opwarming
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten