dinsdag 6 maart 2007

Groenlandse gletsjers.


Een andere indicatie voor het versnelde smeltproces kan men vaststellen bij de gletsjers van Groenland. Deze ijsrivieren duwen het ijs (dat zich in het centrum van het eiland vormt door sneeuw) naar de kust, waar het dan in zee stort en smelt, en zo bijdraagt tot het stijgen van de zeespiegel. Men stelt vast dat de snelheid waarmee het ijs naar zee wordt getransporteerd, toeneemt.

Van 1996 tot 2000 ontdekte men een versnelling van de gletsjers tot 66° noorderbreedte. Vanaf 2005 stelt men ook versnelde activiteit vast bij de gletsjers die noordelijker liggen (70°).
De massa verloren ijs verhoogde van 63 kubieke kilometer in 1996 tot 162 kubieke kilometer (!) in 2005. Gecombineerd met cijfers van dooi en aangroei door sneeuwaccumulatie in het centrum van het eiland komt men op een totale versnelling van verlies van ijs van 96 kubieke kilometer in 1996 tot 220 kubieke kilometer (!) in 2005. Om dit in zijn ware perspectief te zien moet men bedenken dat één kubieke kilometer ijs goed is voor een triljoen liter water (1.000.000.000.000 liter zoetwater).

De reden voor de versnelling van de gletsjers zoekt men in het smeltwater dat door de gletsjers sijpelt en tussen het ijs en de aarde een laag water vormt die het ijs “opheft” en als glijmiddel dient voor de ijsmassa’s.

Geen opmerkingen: